Afro-amerikanen die punk/hardcore gerelateerde stuff spelen, waaraan denk je dan? Ongetwijfeld denken de meeste nu spontaan aan de Bad Brains. Niet onterecht natuurlijk, de invloed van deze afro-amerikanen op punk/hardcore is groot en ze worden ook aanzien als de eerste afro-amerikanen in het genre. Het laatste is dan weer onterecht. Een aantal jaren eerder was er in een Detroit een band, Death (niet de verwarren met de gelijknamige death metal pioniers), die zijn tijd vooruit was en al punk speelde voor die term bestond. Daarboven bestond deze band uit drie broers van afro-amerikaanse afkomst, namelijk Bobby, David en Dannis Hackney. Hun nalatenschap bestaat uit een aantal ruwe doch zeer strakke rock ‘n roll nummers. De band krijgt vaak het label proto-punk opgekleefd. Hiermee sluiten ze aan in een rijtje andere bands die met hun rauwe rock ‘n roll nergens aansluiting vonden en nooit veel succes hebben gekend in hun tijd, maar wel een grote invloed waren op het punk gebeuren. Denk hierbij aan the Velvet Underground, the Sonics, Stooges, New York Dolls,…

Motor City is burning
Het is geen toeval dat Death met zijn garage rock gestuurde proto-punk juist het levenslicht zag in Detroit. De stad was eind jaren ’60/begin jaren ’70 niet enkel het drukke centrum van de Amerikaanse auto-industrie maar ook een bloeiend centrum van ruige garage rock. In de jaren ’60 begonnen bands zoals de MC5 of the Stooges furore te maken met hun ruig nihilistisch geluid. Daarnaast had je ook nog Ted Nugent die na het verlaten van de Amboy Dukes gekatapulteerd werd naar het sterrendom en Alice Cooper die pas later Detroit zou ruilen voor Los Angeles. Het is vooral dankzij deze laatste dat Death rock ‘n roll is beginnen spelen. De jonge broertjes waren aanvankelijk vooral geïnteresseerd in soul, funk en r&b (Detroit was dan ook de stad van de Motown). Maar na het bijwonen van een Alice Cooper show in 1973 was rock ‘n roll het te bewandelen pad.

De man die de Hackney broertjes het rock 'n roll licht liet zien
Wat volgde was een korte carrière en een klein, doch geniaal nalatenschap. De broertjes bleken al heel snel capabele songwriters te zijn.Dat vertaalde zich al heel snel in een aantal singles (waar een verzamelaar vandaag de dag een fortuin voor dient neer te tellen). Veel aandacht buiten het circuit kregen deze singles niet. Grote platenmaatschappijen kregen steeds meer greep op de playlists van de radiostations en disco was alles wat midden jaren ’70 de commerciële klok sloeg. Ondanks dit kwam de band toch in het vizier van Clive Davis van Columbia Records rond 1976. Hij zag het grote potentieel en wou de band een full album laten opnemen, mits één voorwaarde, de band moest zijn naam veranderen. Davis vond Death te luguber klinken wat het imago van het label en potentiële verkoopcijfers niet ten goede zou komen. Wat volgde was een knap staaltje van punk nog voor er eigenlijk sprake was van punk. De band verkoos de middle finger response boven een naamsverandering en een platencontract. Death en zijn muziek verzonk hierna snel in de vergetelheid. De Hackneys gingen zich daarna toeleggen op gospel rock en spijtig genoeg ook op reggae (zelfs als de Bad Brains het doen vind ik het slecht).
For the Whole World to See
Gelukkig zijn er altijd mensen met een fenomenaal muzikaal geheugen. Zoals de dj die in 2008 een Death nummer speelde op een feestje waar de zoon van één van de Hackneys was. Deze herkende de stem van zijn vader op het nummer. Al snel werden de oude tapes van zolder gehaald en na wat tussenstops werden de oude singles te samen gebracht op een album, namelijk “For the Whole World to See”.

Amper zeven nummers telt dit album die goed zijn voor zo’n 26 minuten muzikaal genot. Dit neemt niet weg dat het één van de beste ontdekkingen is die ik de afgelopen jaren gedaan heb (als groot liefhebber van “protopunk”). De nummers zijn ruw, heel strak, uitstekend opgebouwd, groot in variatie, rockend als een tiet, tekstueel heel sterk en zo kan ik nog wel even doorgaan. Of zoals Jack White stelt “The first time the stereo played ‘Politicians in My Eyes,’ I couldn’t believe what I was hearing. When I was told the history of the band and what year they recorded this music, it just didn’t make sense. Ahead of punk, and ahead of their time.”
De plaat opent direct met een riff die zich onmiddellijk in je hoofd nestelt. ‘Keep on Knocking’ is een heerlijk melodisch nummer waarbij het uitstekende gitaarspel direct opvalt. Gevolg door ‘Rock ‘n Roll Victim’ dat direct van een heel andere orde is, het lijkt je aan te vallen en komt heel dreigend over. ‘Let the World Turn’ begint dan weer heel rustig, ingetogen, er wordt opgebouwd en weer afgebouwd en als je denkt dat het hierbij gaat blijven komen plots de luide drum en gitaren die je bij de ballen grijpen en meeslepen om daarna weer plots stil te vallen om je later terug te overvallen en dan plots een abrupt einde aan het nummer maken. Dan heb je ook nog ‘Freakin’ Out’ dat gerust op een Britse punkplaat uit het heilige jaar 1977 kon gestaan hebben, een punkrocker van formaat dat nummer. Alsof er nog niet genoeg variatie is, zijn er nog ‘Where Do We Go From Here???’ en ‘Politicians in My Eyes’ die allebei gedragen worden door een aanstekelijke basriff, met rauwe, minimalistische strofes om dan te vervallen in een aanstekelijk, heerlijk melodisch refrein. ‘Politicians in My Eyes’ blinkt daarenboven nog eens uit met zijn heel maatschappijkritische tekst zoals dat wel vaker het geval is in de punk.
Ik zeg wel vaker dat bepaalde dingen absoluut dienen gehoord te worden. Het is echter nog nooit meer het geval geweest dan nu. Dit is een absolute aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in punk, garage, rock ‘n roll of gewoon een muziekliefhebber is. Deze plaat is een regelrechte klassieker, een pareltje dat je wenst elke week te ontdekken. Voor mij is dit alvast de ontdekking van het jaar.