Andermaal mag ik hier een gastbijdrage verwelkomen. Ditmaal van een voormalige kotgenoot die wel eens graag een biertje teveel drinkt. Eclecticisme in muzieksmaak is een mooie deugd en onder dit motto is deze bijdrage ongetwijfeld een meerwaarde. Ditmaal geen ruige rock ‘n roll door volgetatoëerde mannen met baarden en bandana’s. Wat juist? Ontdek het in het onderstaand stukje proza gelardeerd met video en muziek.
Goed, ik ben Elia en ga een stukje schrijven met als doel de mensen wat muziek te leren kennen. Genoeg over mij.
Ik volg dit alles hier al een tijdje. Soms staat er goede muziek op, soms slechte. Gelieve mij met dezelfde genade en open geest te benaderen. ‘t Is niet omdat het uw ding niet is dat het slecht is. ‘t Is niet omdat je het niet gewend bent om zo’n muziek te horen dat je het niet goed kan gaan vinden en genrenazi’s (‘ik luister alleen maar naar…’) zijn sowieso losers. (Hou die gedachte even vast).
Bij de meeste mensen die gek genoeg zijn om al dat gezever over muziek hier te lezen (in plaats van gewoon te luisteren naar muziek, bijvoorbeeld), zal Sonic Youth wel bekend in de oren klinken. Moest je het in Keulen horen donderen en er zijn toevallig ook plannen omtrent een deelname aan een lokale muziekquiz… Informeer dan best of er ook een zuipbeker aan de quiz verbonden is. Kwestie van de gaten in uw cultuur met bier te kunnen vullen.
Terug naar de mooie kant van de mensheid: de mogelijke hardcore Sonic Youth fans onder jullie zullen zich dan mogelijk ene Gustafsson herinneren die ooit samenwerkte met deze band. (Plaat waarover sprake Hidros 3 en ook nog een EP’tje live opgenomen op Roskilde). Als je die platen kent, proficiat. Als je ze slecht vond, pech. Het draait hier wel degelijk rond Gustafsson.
Gustafsson is kort gezegd één van de gangmakers in de huidige freejazzscene, bekend voor zijn hevige saxofoonspel, dat dan blijkbaar muziektechnisch gezien ook nogeens straf is. Bij gebrek aan muzikale scholing geloof ik de conservatoriummensen maar op hun woord als die zo’n dingen tegen mij verkondigen. Voor een breder publiek: als er ooit iemand in zou slagen om een saxofoon letterlijk kapot te blazen, dan zou het Gustafsson zijn. (Zou dan meteen ook het in brand steken van gitaren in een ander daglicht stellen).
Wat meer is, Gustafsson is niet gewoon een solo artiest, maar treedt al enkele jaren op met The Thing. Samen met het Brötzmann Quartet, is the Thing eigenlijk een begrip in de vrije jazz. Zelf ben ik helemaal niet thuis in jazz, maar The Thing is geen Miles Davis, punt. Ik heb zelf de chance gehad om de gasten live aan het werk te zien, en dat ging ongeveer zo:
Voor het optreden begon (in de Resistenza, in Gent!) moest je € 10 neertellen. Geen inkom voor het concert, maar een soort krediet bij het café. Je wordt simpelweg geacht om voor € 10 te consumeren. Laat je dus zeker niet afschrikken door de ‘inkomprijzen’ van de Resistenza. Ge moogt ze namelijk opzuipen, om het cru te stellen. Vervolgens, trap af, gordijn door, kelder in en een stoeltje claimen. Eén of andere dikzak is bezig met aan een camera te prutsen (dank u dikke, veel goede filmpjes op youtube van the thing) en ondertussen geniet het 95% mannelijke veertiger publiek nog van een tripel alvorens Gustafsson bedeesd naar de microfoon stapt. Hij bedankt ons allen voor onze komst, de contrabassist tapet nog snel z’n vingers in (is echt nodig, zo bleek later), en dan begint het, euhm, ding. (Pun not intended)
Een muur van geluid, een contrabas die even snel of sneller solo’s kan spelen dan om het even welke gitaar die ik ooit zag, een drummer die snel, hard en ingewikkeld speelt maar op de één of andere manier nog een stevig ritme in de chaos legt en ondertussen een saxofoon die toch nog ruimte vindt om ertussen te brullen. Het concert vertrekt niet, het ontploft en neemt heel de kelder mee. Dat duurt dan ongeveer een uur, oef-pauze-tripel-trap af, terug een uur. Na afloop gaan de midlifers nog een praatje slaan met de grootmeesters, Gustafsson gaat zelf even naast het merchandisetafeltje staan, geeft een complimenten over een NoMeansNo Tshirt van een fan (‘one of the best punk albums, ever’) en gaat vervolgens de trap op om zelf aan de toog te gaan zitten. Net zoals de rest van The Thing trouwens.
Zonder zever één van de beste dingen die ik ooit zag. Sick of It All en co werden even naar studio 100 gestampt door deze Noormannen. Beste aan het verhaal is misschien nog dat je deze band, en hun vriendjes dikwijls ook, gewoon in cafés en kleine zalen kan gaan bewonderen. Zonder opdringerige fans met meer shirts dan platen van hun idolen, zonder dure tickets, zonder ondergezeken toiletten en zonder schuimloos bier in bekers. Fugazigewijs wordt er ook niet gemosht op hun concerten, iedereen blijft zelfs braaf op z’n stoel. Maar net zoals bij Fugazi wordt de muziek er niet minder op. Muzikanten van wereldniveau in donkere kelders met schappelijke toegangsprijzen.
Muziek voor iedereen, zonder teveel franjes errond. (Fundamenten van de punk, iemand?) Het mag duidelijk zijn wat ik hier probeer te zeggen: check de filmpjes EN word vooral fan van de FBpagina. Niet omdat ik hun pr-slet ben, maar omdat je dan hun optredens kan spotten als ze nog eens passeren. Filmpjes van vloedgolven maken ook niemand nat, deze natuurkracht laat zich ook liever live beleven.
https://www.facebook.com/ThingJazz